fbpx
Selecteer een pagina

Beenlengte verschil – wanneer maakt het uit?

Beenlengte verschil

Veel mensen hebben een beenlengte verschil. Wanneer we iedereen zouden meten weten we dat er bij meer dan 90% van alle mensen sprake is van een beenlengte verschil. Het gemiddelde verschil is ongeveer 0,5 cm. BIj ongeveer 20% van de bevolking is er sprake van meer dan 1 cm beenlente verschil. En 1 op de 1000 heeft een beenlengte verschil van meer dan 2 cm. Het exacte verschil moet gemeten worden door een röntgen foto waarbij gekeken wordt naar het verschil in hoogte van beide heupen. Dit komt zelfde voor en is een relatief duur onderzoek. In de praktijk zien we vaak dat er gemeten aan de hand van herkenbare anatomische punten in ons lichaam van de heup naar de voet. Deze methode is alles behalve perfect maar geeft een indicatie van een mogelijk beenlengte verschil. Maar de belangrijkste vraag is: hoe belangrijk is een beenlengte verschil in relatie met pijnklachten.

Meer dan 90% van de bevolking heeft een beenlengte verschil

Mogelijke oorzaak van de pijn

Wanneer een fysiotherapeut of arts een beenlengte verschil ontdekt is het makkelijk om dit als oorzaak aan te wijzen voor de pijn. Maar kunnen we dit wel zo direct zeggen? Er zijn verschillende studies uitgevoerd naar de relatie tussen beenlengte verschil en pijnklachten. Een studie waar ze mensen met een beenlengte verschil en MET RUGKLACHTEN vergeleken met mensen met een beenlengte verschil ZONDER RUGKLACHTEN liet het volgende zien. Het gemiddelde beenlengte verschil bij de groep met pijn was 5,1 mm en het gemiddelde verschil bij de mensen zonder pijnklachten was 5,2 mm. Dit kleine verschil laat zien dat het gemeten beenlengte verschil niet bijzonder veel bijdraagt aan de pijnklachten. Het gemiddelde beenlengte verschil van de mensen zonder pijnklachten is zelfs wat groter.

Een andere groep waar vaak een beenlengte verschil gemeten wordt is mensen met een heup prothese of na een botbreuk van de heup. Beide kunnen resulteren in een beenlengte verschil. Hoewel er na een operatie of breuk een gemiddeld verschil is van ongeveer 3 centimeter zien we niet dat deze mensen meer of minder rugklachten ontwikkelen. Ook zien we op de lange termijn geen verandering in:

  • ontwikkeling van heup artrose
  • verlies van functie
  • comfort
  • tevredenheid na operatie

Maakt het dus echt uit? Moeten we zoveel moeite doen om dit te herstellen?

 

Wanneer maakt het uit?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden moeten we kijken naar 2 verschillende factoren:

  1. Het daadwerkelijke verschil in lengte
  2. Het individuele belastingniveau

Een beenlengte verschil onder de 1 cm is hoogst waarschijnlijk geen oorzaak voor klachten elders in het lichaam. Een groter verschil dan 1 cm lijkt meer relevant, zeker in combinatie met een hoge fysieke belasting. Wanneer er geen sprake is van een hogere fysieke belasting zien we dat weinig verschil maakt.

Dit wil dus zeggen dat bij mensen met een beenlengte van meer dan 1 cm en een lage dagelijkse fysieke belasting zoals fietsen of een kantoorfunctie het onwaarschijnlijk is dat het beenlengte verschil de reden is voor de klachten.

Wat kunnen we er aan doen?

Wanneer dit wel het geval is kan een zooltje nuttig zijn om klachten te verminderen. De hoogte van het zooltje en het soort is zal per persoon verschillen. Wat nog belangrijker is dan een zooltje is dat er goed gekeken wordt naar andere factoren zoals lichamelijke activiteit, slaap en de belastbaarheid. Deze kunnen allemaal bijdragen aan het verminderen van klachten en het bevorderen van herstel.

Een beenlengteverschil is tot een bepaalde grens normaal. Wanneer je voor het eerst te horen krijgt dat er sprake is van een beenlengteverschil kan dat best even schrikken zijn. Vaak wordt er gedacht dat dit hersteld MOET worden. Begrijp dus goed dat in de meeste gevallen dit niet nodig is en dat een klein beenlengteverschil niet direct de reden is voor mogelijke klachten. Het is ook niet zo dat je in de toekomst sneller klachten kan ontwikkelen. Geen rugklachten, geen artrose, dit hoeft niet het geval te zijn. We zijn bij lange na niet symmetrisch. Het bewijs tussen afwijkingen in stand en pijn is zeer minimaal of vaak niet aanwezig. Focus je minder op het beenlengte verschil en meer op wat je wel kan beïnvloeden!

Knutson, G.A. Anatomic and functional leg-length inequality: A review and recommendation for clinical decision-making. Part I, anatomic leg length inequality: prevalence, magnitudes, effects and clinical significance. Chiropr Man Therap. 13,11(2005)

Paravizi et al,Surgical Treatment of Limb-Length Discrepancy Following Total Hip Arthroplasty. J Bone Joint Surg Am.2003 Dec;85(12):2310-7.

Afspraak maken